Subsidiecriteria Kunst en Cultuur Hilversum 2016-2020


Vooraf
• Organisaties verschillen in doelstelling, organisatie en bereik. Ze worden op dezelfde criteria getoetst, maar de criteria krijgen bij elke organisatie een andere weging (bijvoorbeeld op  basis van draagkracht, omvang en vermogen).
• Voor alle criteria op deze lijst geldt het zogenaamde 'pas toe of leg uit'-principe, zoals volgtuit de Code Cultural Governance. Het is - uiteraard binnen de grenzen van het redelijke - debedoeling dat alle aanvragers de criteria op deze lijst toepassen ('pas toe'). Is dit niet(volledig) mogelijk? Dan ligt het voor de hand dat zij dit op een transparante manier verantwoorden ('leg uit').
• Ditzelfde geldt voor de verantwoording achteraf. Soms lopen zaken anders dan verwacht. En dat vereist dan een toelichting in de subsidieverantwoording.


Waardering

De Cultuurraad beoordeelt een aanvraag op basis van de hieronder genoemde criteria. Elk criterium krijgt een waardering, die wordt uitgedrukt in een cijfer. Het cijfer staat op zichzelf en betreft geen directe vergelijking met andere aanvragers. De cijfers worden als volgt toegepast:

Waardering cijfer toelichting
Zeer goed 6 Uitsluitend positief, er zijn geen punten van kritiek
Goed 5 Positief, slechts lichte punten van kritiek
ruim voldoende 4 Positief, met een aantal punten van kritiek
voldoende 3 Nog wel positief, maar met substantiële punten van kritiek
zwak 2 Overwegend negatief, de kritische punten hebben de overhand
onvoldoende 1 Beneden de maat, vrijwel alleen maar kritische punten


Op basis van de waardering komt er een totaalscore van de aanvraag tot stand. Dit proces wordt in overleg met de Cultuurraad nader uitgewerkt.


1. Waarde voor Hilversum


1.1 De activiteiten versterken het cultureel klimaat in Hilversum. Dat doen zij door bij te dragen aan één van de vier domeinen, zoals omschreven in het Cultuurbeleid 2015-2020: het sociale, ruimtelijke, economische en culturele domein.


1.2 De activiteiten leveren toegevoegde waarde aan de gestelde doelen voor het cultuurbeleid in Hilversum. Organisaties die activiteiten uitvoeren doen dat op basis van wederkerigheid, zij geven in hun aanvraag aan welke waarde zij hebben voor de stad Hilversum.
1.3 Voor professionele organisaties geldt dat activiteiten die te relateren zijn aan muziek, media en/of architectuur uit Hilversum de voorkeur hebben. Daarnaast is programmafinanciering mogelijk voor activiteiten op het gebied van letteren, beeldende kunst en podiumkunsten.
1.4 Voor programma-aanvragen geldt dat deze aanvullend en vernieuwend moeten ten opzichte van de structurele activiteiten.
1.5 Activiteiten worden liefst met minimaal één andere samenwerkingspartner georganiseerd. Dit
kan ook een regionale of landelijke partner zijn.

2. Artistiek-inhoudelijke kwaliteit
 

2.1 De aanvrager heeft een artistieke of cultuureducatieve visie, die zich vertaalt in een samenhangende programmering voor het beoogde publiek of de beoogde deelnemers;
2.2 De artistieke of cultuureducatieve programmering heeft zeggingskracht voor het beoogde publiek of de beoogde deelnemers. Dit meten organisaties met een doelgroepenonderzoek en/of
tevredenheidsonderzoek onder het publiek.
2.3 De artistieke of cultuureducatieve programmering is uniek binnen Hilversum en/of de regio.
2.4 De activiteit wordt bedacht en uitgevoerd door personen die de vaardigheid bezitten om hoog kwalitatief werk af te leveren.
2.5 De aanvrager beschrijft een beoogde ontwikkeling: zoals innovatie, verdieping van de programmering, publieksbereik, promotie of educatie.

3. Zakelijke kwaliteit

3.1 De aanvraag geeft blijk van een gezonde bedrijfsvoering en de aanvraag bevat een deugdelijke financiële onderbouwing, die realistisch en haalbaar is.
3.2 De aanvrager voldoet - in redelijke verhouding tot de omvang van de organisatie - aan de Governance Code Cultuur: er is goed bestuur en degelijk toezicht.
3.3 De aanvrager benut meerdere inkomstenbronnen voor de activiteiten. De financiële bijdrage van de gemeente bedraagt maximaal 50% van de totale begroting. Indien sprake is van een lager percentage, geeft de organisatie hiervoor een motivatie die eveneens door de Raad voor Cultuur wordt getoetst.
3.4 De aanvraag geeft aan welke risico's mogelijk te verwachten zijn bij de activiteit en hoe de aanvrager met deze risico's om zal gaan.


4. Publieksbereik

(online en offline)

4.1 De aanvrager weet welk publiek hij wil bereiken en investeert in een duurzame relatie met het publiek.
4.2 De aanvrager streeft naar uitbreiding van het publiek, met een helder beschreven (marketing en promotie) aanpak voor bestaande en nieuwe doelgroepen.
4.3 Het aantal te bereiken deelnemers staat in goede verhouding tot de gevraagde subsidie. Deze verhouding verschilt per discipline en wordt in overleg met de Cultuurraad vastgesteld.
4.4 De aanvraag geeft blijk van streven naar culturele diversiteit in publiek, personeel en programmering (leeftijd, achtergrond, geslacht etc.).


Overig

• Aanvraag is tijdig ingediend.
• Aanvraag is compleet (inclusief vereiste bijlagen).
• Activiteit is openbaar toegankelijk.
• Activiteit vindt plaats in Hilversum of in de Regio Gooi en Vecht.