Snoeien van heesters en bosplantsoen

November - Maart | Verjongen | Ruimte

Snoeien van heesters en bosplantsoen

De gemeente snoeit ieder jaar tussen november en maart heesters en bosplantsoen. Dat is nodig om te verjongen, licht en ruimte te scheppen en om het groen letterlijk binnen de perken te houden. Of beplanting voor snoeien in aanmerking komt, hangt af van het type beplanting, de locatie en de laatste snoeibeurt. Uitgangspunt is dat heesters gemiddeld eens in de vier jaar gesnoeid worden. Voor bosplantsoenen geldt dat dit eens in de 7 jaar gebeurt.

Werkwijze

Opgaande heesters

Bepaalde types opgaande (vaak hogere) beplanting worden hol van binnen, verhouten en vormen lange slappe takken die vaak gaan hangen. Dit komt ook doordat de beplanting te dicht op elkaar komt te staan. In dat geval kiezen we ervoor om de beplanting drastisch terug te snoeien tot vlak boven de bodem. Een voorbeeld zijn de snelgroeiende soorten zoals de liguster en laurierstruik. De ingreep is fors, maar de plant zal zich beter en sneller herstellen.

Terugsnoeien Prunus Laurocerasus (Laurierkers)Foto doorhangende takken heester




Foute snoeiwijze bij de liguster 

 

Rigoureus terugsnoeien van Laurierkers

Prunus Laurocerasus (Laurierkers) 4 mnd na snoei
Laurierkers 4 maanden na de snoei

Bodembedekkende heesters

Er zijn ook soorten die de bodem bedekken en zich helemaal sluiten. Het gedeeltelijk terug knippen of uitdunnen van deze beplanting heeft weinig zin, omdat de plant dan rare takken overhoud en minder gestimuleerd wordt om jonge takken aan te maken. We kiezen er dan voor om de beplanting helemaal terug te snoeien tot aan de bodem zodat de plant zich goed verjongt en weer mooi uitloopt. Voorbeelden zijn de Spiraea en de sneeuwbes. Ook dit zijn over het algemeen soorten die weer snel uitlopen.

Bodembedekker Sneeuwbes gesnoeidBodembedekker Sneeuwbes drie maanden na snoei






 

Sneeuwbes gesnoeid                                 Sneeuwbes 3 maanden na snoei

Bosplantsoen

Bosplantsoen kenmerkt zich door inheemse soorten. Dit zijn soorten die hoog worden en over het algemeen hard groeien. In bosplantsoen komen ook veel zaailingen van allerlei andere soorten op. In een bosplantsoen dunnen we de beplanting door een gedeelte van de struiken tot aan de grond af te zetten en laten we een aantal struiken staan. Vaak is het wenselijk om enige dekking van het groen te houden.  Aan de hand van de soort en de groeiplek bekijken we welke struiken blijven staan. Op locaties met wat minder ruimte of waar de beplanting hard groeit, halen we al het bosplantsoen weg tot dicht boven de bodem.

Verjongingssnoei

Bij bepaalde soorten kunnen we de struik verjongen (uitdunnen) door wat takken weg te nemen. Dit doen we vooral als de struiken de ruimte hebben en dus goed uitgegroeid zijn. Ook bij struiken die wat langzamer groeien of struiken die bloeien op ouder hout, is dit soms een goede manier om te verjongen. Een voorbeeld is het Chinees Klokje.

Vragen

Heeft u vragen over de snoeiwijze of een klacht over snoeiwerkzaamheden? Dan kunt u dit melden via het formulier Melding Openbare Ruimte. Heeft u andere vragen dan kunt u bellen met 14 035.