Biodiversiteit in Hilversum

Wat is biodiversiteit, waarom is het belangrijk en wat doet Hilversum om biodiversiteit te vergroten?

De biodiversiteit in Nederland wordt steeds lager. Vergeleken met 300 jaar geleden is nog maar 15 procent van de verschillende soorten dieren en planten over. Zo is bijvoorbeeld twee derde van de insecten in Nederland verdwenen. De belangrijkste oorzaak voor het verlies aan biodiversiteit is het weghalen van natuur om ruimte te maken voor landbouwgrond en steden. Door onder andere klimaatverandering en verdroging wordt voorspeld dat de komende jaren nog eens 10 procent van de biodiversiteit zal verdwijnen.

We moeten de komende jaren de biodiversiteit te vergroten. Biodiversiteit is namelijk niet alleen belangrijk voor de natuur, maar ook onze gezondheid en ons welzijn. Het vergroten van de biodiversiteit in Hilversum is noodzakelijk voor iedereen: zowel de gemeente als haar inwoners. Inwoners kunnen meehelpen door bijvoorbeeld hun tuin of balkon groen in te richten. Gemeente Hilversum wil een gemeente zijn waar mens en natuur in evenwicht met elkaar samenleven.

Wat is biodiversiteit?

Met biodiversiteit bedoelen we de hoeveelheid verschillende soorten planten en dieren die in een gebied aanwezig zijn. Over het algemeen kunnen we zeggen: hoe meer verschillende soorten er zijn, hoe hoger de biodiversiteit. Deze verschillende soorten houden de natuur in evenwicht en maken de natuur sterker. Daardoor kan de natuur beter met veranderingen omgaan, zoals klimaatverandering. Als bijvoorbeeld een nuttig insect verdwijnt, kan tussen de andere soorten insecten een vervanger zitten. Zo worden onder andere plagen voorkomen.

Een hogere biodiversiteit houdt de natuur dus in evenwicht en maakt de natuur sterker. Daardoor kan de natuur haar werk goed doen en zorgen voor schoon water, vruchtbare grond en een klimaat dat niet of minder verandert. Daarnaast levert het voedsel, bouwmateriaal en brandstof zoals hout, en grondstof voor producten als kleding en medicijnen. Ook de economie heeft voordeel van een hoge biodiversiteit. Zo is het veel goedkoper als bijen fruitbomen bestuiven dan wanneer we dit met de hand zouden doen.

Tot slot is een hoge biodiversiteit met veel soorten planten en dieren gezond voor ons als mensen. Natuur ontspant ons, vermindert langdurige ziektes en zorgt dat gezondheidsklachten sneller over gaan. Daarnaast zorgt een hoge biodiversiteit ervoor dat wij een prettig leefomgeving hebben om te bewegen en het is mooi om naar te kijken.

Biodiversiteit is dus niet alleen belangrijk voor de natuur, maar ook voor de basis van ons leven, onze gezondheid en ons welzijn.

De wilde bij en biodiversiteit

Insecten zijn erg belangrijk voor de biodiversiteit. Ze staan onderaan de voedselketen; insecten dienen als voedsel voor veel verschillende dieren. Insecten zorgen ook voor het afbreken van blad, hout, voedselresten en zorgen ervoor dat voedingstoffen terug komen in de bodem. Ze bestuiven bloemen en zorgen zo voor de voortplanting van planten. Insecten bestuiven ongeveer 80 procent van de Nederlandse planten.

De wilde bij is een van de insecten die een belangrijke rol spelen bij bestuiving van bloemen. Doordat het leefgebied van de wilde bij steeds kleiner wordt, heeft dit insect het steeds moeilijker. Meer dan de helft van de 358 wilde bijensoorten is met uitsterven bedreigd. Dit komt vooral door te weinig voedsel en te weinig geschikte plekken om een nest te maken. Daarnaast zijn bestrijdingsmiddelen heel slecht voor de wilde bij. Groenbeheer gericht op de wilde bij kan de leefomgeving van wilde bijen en andere bestuivende insecten verbeteren. Hierdoor verbetert de biodiversiteit ook. Als er namelijk wilde bijen in een gebied voorkomen, is er vaak ook ruimte voor andere insecten en dieren in dat gebied.

Meer weten over waarom de wilde bij belangrijk is? Dit filmpje over de wilde bijlegt dat uit.

Kijk hier voor meer info over de verschillende wilde bijensoorten

Wat kan ik doen voor natuur in mijn buurt?

Het verbeteren van de biodiversiteit is een opdracht voor ons allemaal: de gemeente en de inwoners. Hier vindt u enkele tips om te helpen de biodiversiteit in Hilversum te verbeteren.

  • Beperk de hoeveelheid verharding (tegels en stenen) in uw tuin.
  • Plant een (kleine) boom.
  • Plant een haag in plaats van een schutting.
  • Maak een kleine vijver (zonder vis) of maak een vogelbadje.
  • Laat in de herfst de bladeren liggen of leg ze op een hoop in een “rommelhoekje” in uw tuin.
  • Maak een composthoop en gebruik de compost in plaats van kunstmest of voorverpakte tuinaarde.
  • Schoffel en maai wat minder en kijk wat er aan verrassende kruiden opkomt.
  • Plant een klimplant tegen een muur zonder ramen.
  • Snoei planten (zoals de hedera) pas na de bloei, zodat stuifmeel en nectar beschikbaar is als voedsel.
  • Vermijd (giftige) onkruid- en ongediertebestrijders.
  • Kies voor planten die geschikt zijn als voedsel voor wilde bijen (drachtplanten).
  • Kies voor planten met bessen en vruchten die geschikt zijn als voedsel voor vogels en kleine zoogdieren.
  • Maak een bijenhotel.
  • Maak nestgelegenheid voor mussen, vleermuizen of gierzwaluwen in of aan uw huis.
  • Kijk op de website van de Vogelbescherming wat u kunt doen voor vogels in uw tuin.
Wat doet gemeente Hilversum om biodiversiteit te verbeteren?

Gemeente Hilversum doet verschillende dingen om de natuur in de buurt en de biodiversiteit te verbeteren.

1. Nationale Bijenstrategie

Gemeente Hilversum heeft zowel het Bijenconvenant als de Nationale Bijenstrategie ondertekend. De Nationale Bijenstrategie heeft twee doelen: 1) de biodiversiteit verbeteren en 2) het groenbeheer in de gemeente aan te passen zodat de leefomgeving van bestuivende insecten verbetert. De afgelopen jaren heeft de gemeente aanpassingen in het groenbeheer en de inrichting van de openbare ruimte gedaan. Door deze aanpassingen heeft de gemeente Hilversum de titel ‘bijvriendelijke gemeente’ gekregen (van NederlandZoemt). Daarmee wil gemeente Hilversum laten zien dat de wilde bij belangrijk is en dat de gemeente werkt aan het verbeteren van het leefgebied van de wilde bij.

Pilots maatregelen groenbeheer

Voor de Nationale Bijenstrategie zijn er 3 pilots (proeven) gestart in 2019: in Kerkelanden, Kamrad en bij Anna’s Berg. Op deze drie locaties zijn de volgende maatregelen in groenbeheer uitgevoerd:

  • Augustinushof, Kerkelanden: De bovenste laag van het gazon is verwijderd (afgeplagd) en ingezaaid met een mengsel van bloemenzaden. In plaats van 26 keer per jaar, wordt er nog maar 2 keer per jaar gemaaid. Het initiatief voor deze aanpassing is in april 2019 uitgevoerd met de Kindergemeenteraad.
  • Het Kamrad (Oost): Het bestaande gazon is doorgezaaid met een mengsel van bloemenzaden. In plaats van 26 keer per jaar, wordt er nog maar 2 keer per jaar gemaaid.
  • Anna’s Berg: Bij deze pilot wordt gekeken wat het resultaat is voor de biodiversiteit wanneer er nog maar 1 keer per jaar wordt gemaaid in plaats van 6 keer per jaar.

De drie locaties worden door een ecoloog gecontroleerd en bestudeerd. De belangrijkste uitkomsten tot nu toe zijn: 1) er moeten meer geschikte voedselplanten aangeplant worden, 2) er moeten mogelijke plekken voor nesten van wilde bijen aangebracht en beschermd worden, en 3) het groenbeheer moet worden aangepast zodat er meer kruiden groeien.

2. Maaibeheer aanpassen

In Hilversum worden gazons, bermen, ruigtes (grond met hoge, kruidachtige planten) en kruidenrijke grasvelden gemaaid. In 2019 en 2020 is op een aantal proeflocaties het maaibeheer aangepast. Als vervolg hierop wordt het maaibeheer in 2021 op meer locaties aangepast. Het gaat om locaties die een directe en belangrijke rol spelen bij het verbeteren van het leefgebied van de wilde bij. Deze locaties hebben genoeg oppervlakte en verbinding met andere mogelijke leefgebieden van de wilde bij. Het maaibeheer, de resultaten en eventuele moeilijkheden van deze pilots worden dit jaar met aandacht gevolgd en bestudeerd. Op basis van deze ervaringen wordt het maaibeheer verbeterd.

Lees meer over het aangepaste maaibeheer van gemeente Hilversum onder de uitklapper ‘Aangepast maaibeheer in Hilversum.

3. Groen aanleggen

Gemeente Hilversum vergroot de biodiversiteit door bij het aanleggen van nieuw groen meer planten en boomsoorten te gebruiken die van nature thuishoren in het landschap van Hilversum. Ook moedigt de gemeente inwoners aan om geveltuintjes aan te leggen. Dit is een strookje groen voor of langs de woning, in plaats van tegels. Ook het planten van bloemen en planten rondom bomen moedigt de gemeente aan. Allemaal kleine beetjes die meehelpen om meer biodiversiteit in Hilversum te krijgen.

Kijk hier voor meer informatie over het aanleggen van geveltuintjes.

Maaibeheer in Hilversum

In Hilversum worden gazons, bermen, ruigtes (grond met hoge, kruidachtige planten) en kruidenrijke grasvelden gemaaid. Deze verschillende typen groen worden op verschillende manieren gemaaid.

  • Gazons

Gazons zijn grasvelden die vaak gemaaid worden zodat het gras kort blijft. Het gazon kan gebruikt worden om op te spelen of te picknicken. In Hilversum worden de gazons in de periode van maart tot en met oktober wekelijks gemaaid. Soms zijn er vakken met bloembollen in het gazon aangelegd. Deze bloembollen bloeien in het voorjaar. Pas als het bovenste deel van de bloembol volledig is afgestorven, worden de stengels en bladeren (loof) van de bloembollen gemaaid. Dit loof moet volledig afsterven, omdat de bloembol daarmee voedsel terugkrijgt.

  • Bermen en boomstroken

Deze smalle stroken met gras liggen meestal langs een weg of fietspad, en zijn vaak voorzien van bomen. Regenwater kan hier in de grond infiltreren. Het gras in de bermen hoeft daarom niet zo kort te zijn. Hierdoor is er ruimte voor kruiden en bloemen om zich te ontwikkelen en te groeien. De bermen worden 6 keer per jaar gemaaid.

  • Ruigtes en kruidenrijke grasvelden

Dit zijn grotere grasvelden en stroken waar ruimte is voor de ontwikkeling van natuur, maar ook voor ontspanning en spelen. Bloemen en kruiden geven voedsel voor wilde bijen en andere bestuivende insecten. Hoog gras en kruiden bieden veel leef- en schuilmogelijkheden voor insecten, vogels, amfibieën en kleine zoogdieren.

Deze grasvelden worden 1 keer per jaar gemaaid (op voedselarme bodems) of 2 keer per jaar gemaaid (op rijkere bodems). Na het maaien blijft het maaisel 5 dagen liggen, zodat zaden uit de planten kunnen vallen en in de bodem blijven. Zo kunnen deze zaden het jaar erna weer kunnen ontkiemen. Ook geeft dit insecten de kans om uit het maaisel te kruipen en een veilige plek op te zoeken. Na 5 dagen wordt het maaisel verzameld en opgeruimd.

Aangepast maaibeheer in Hilversum

In 2019 en 2020 is op een aantal proeflocaties het maaibeheer aangepast. Als vervolg hierop wordt het maaibeheer in 2021 op meer locaties aangepast. Het gaat om locaties die een directe en belangrijke rol spelen bij het verbeteren van het leefgebied van de wilde bij. Deze locaties hebben genoeg oppervlakte en verbinding met andere mogelijke leefgebieden van de wilde bij. Het maaibeheer, de resultaten en eventuele moeilijkheden van deze pilots worden dit jaar met aandacht gevolgd en bestudeerd. Op basis van deze ervaringen wordt het maaibeheer verbeterd.

 Een overzicht van de locaties vindt u hier (pdf, 231 kb)

Wat merk ik van het aangepaste maaibeheer?

Gazons werden eerst 26 keer per jaar gemaaid en bermen werden eerst 6 keer per jaar gemaaid. Bij het aangepaste maaibeheer worden deze gazons en bermen nog maar 2 keer per jaar gemaaid. Wanneer de gazons niet meer gemaaid worden, zal er in het eerste jaar vooral veel ruig en hoger gras groeien. De grasmat is nog erg dicht en daarom kunnen de zaden van kruiden niet makkelijk ontwikkelen.

De grasvelden die 2 keer per jaar gemaaid worden, worden in mei/juni voor de eerste keer gemaaid. Het maaisel blijft liggen. Dit maaisel wordt na 5 dagen verzameld en opgeruimd. Het opruimen van het maaisel zorgt ervoor dat met het maaisel voedingsstoffen worden opgeruimd. Het doel hiervan is om de bodem voedselarm te maken: te verschralen. Op een schrale bodem ontstaat meer diversiteit en groeien kruiden beter dan grassen. Zo verdwijnen grassen langzaam en ontwikkelen er meer kruiden, die voedsel leveren voor bijen en andere insecten. Gemiddeld duurt het 3 tot 5 jaar voordat grassen verdwijnen en bloemen en kruiden zich ontwikkelen.

Een deel van de grasvelden wordt niet gemaaid: stukken van tenminste 10 m2 blijven staan. Deze stukken leveren voedsel en schuilplekken voor insecten en andere dieren. In de zomer ontwikkelen er langzaam kruiden tussen de grassen. In de eerste jaren zullen dat vooral paardenbloemen, margrieten en duizendblad zijn. Later in de zomer beginnen de grassen en kruiden uit te bloeien en zullen ze afsterven. In de winter kunnen insecten hier overwinteren en kleine dieren schuilen. In de volgende maaibeurt worden deze plekken wel gemaaid.

In september wordt er voor de tweede keer gemaaid. Het gras wordt gemaaid, maar het maaisel blijft liggen. Dit maaisel wordt na 5 dagen verzameld en opgeruimd. Ook nu wordt een deel van de grasvelden niet gemaaid. Deze stukken bieden weer voedsel en schuilplekken voor insecten en andere dieren.

Ik heb een vraag

Heeft u een vraag over biodiversiteit, de wilde bij, het maaibeheer of over de pilots? Doe een melding openbare ruimte.

Melding doen

Het antwoord op de meest gestelde vragen over het aangepaste maaibeheer vindt u hier (pdf, 453 kb).