Hoe ‘onderkruipers’ van Hilversum een diamantstad maakten

Onderkruipers uit Amsterdam, de eerste woningbouwvereniging van Hilversum, ongekende groei en een net zo snelle ondergang. Het verhaal van de diamantindustrie in Hilversum heeft veel facetten. Hoe kwam de diamantindustrie vanuit Amsterdam in Hilversum terecht en waarom is zij bijna zonder een spoor achter te laten weer verdwenen?

DiamantstraatBegin twintigste eeuw is Hilversum volop in ontwikkeling. Geen gemeente in Nederland maakte ooit zo’n relatief sterke groei mee. Nieuwe fabrieken en woonwijken worden uit de grond gestampt. En het is een komen en gaan van mensen die zich vestigen in- en uitschrijven bij het raadhuis aan de Kerkbrink. Maar wat opvalt in 1906 is dat er steeds meer mensen uit Amsterdam naar Hilversum komen die als beroep ‘diamantslijper’ opgeven. In 1906 zijn er plotseling zeven diamantslijperijen in Hilversum, waar dat er rond de eeuwwisseling maar twee of drie waren. Dat terwijl Amsterdam van oudsher dé diamantstad van Nederland is.

Minder werken en meer verdienen

Eén van de redenen is dat de inkomstenbelasting in Amsterdam veel hoger is dan in Hilversum. In 1906 is die belasting van Hilversum ongeveer de helft van die van Amsterdam. Een andere reden die genoemd wordt is het beleid van de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB). Deze wordt geleid door twee sociaal begane mannen: Henri Polak en ‘Ome Jan’ van Zutphen. De ANDB is de eerste moderne vakbond van Nederland en krijgt een hoop voor elkaar. Zo voert de ANDB als eerste in Nederland de achturige werkdag in en zorgt zij voor relatief hoge salarissen.

Toevluchtsoord voor onderkruipers

Lid zijn van de ANDB lijkt dus fantastisch. Maar niet alle diamantslijpers zijn fan van de ANDB, want de bond dwingt zijn succes mede af door tucht en controle. Leden die zich niet houden aan de afspraken die de bond gemaakt heeft over bijvoorbeeld prijzen, lonen of het opleiden van leerlingen, worden gedwarsboomd en aan de schandpaal genageld. Die mensen noemt de bond ‘onderkruipers’. In Amsterdam voelt een groep diamantbewerkers zich daardoor niet meer op zijn gemak. Hilversum wordt een toevluchtsoord voor deze ‘onderkruipers.’ Hier kunnen zij onder de radar van de bond blijven, zodat zij eigen prijs- of loonafspraken kunnen maken.

Ondergang diamantindustrie

Het hoogtepunt van de diamantindustrie in Hilversum is in 1912. In dat jaar zijn er maar liefst 13 slijperijen in Hilversum. Maar na 1919 gaat het snel bergafwaarts met de diamantindustrie. Dit komt door een hoge prijs voor ruwe diamant, een afnemende vraag – mede door de politieke onrust in Europa – en de strenge regels van de ANDB. Leden mogen dus niet onder het minimumtarief werken en kunnen veel werk niet aannemen. Velen raken werkloos en zeggen hun lidmaatschap op. De genadeklap komt in 1929 door de grote beurscrash. Op 19 november 1934 verdwijnt de laatste slijperij in Hilversum.

Sporen van de verdwenen diamanten

Weinig is nog te zien van deze verdwenen industrie. Toch liet de diamantindustrie zijn sporen na. Natuurlijk is er de Diamantstraat die verwijst naar de diamantindustrie in Hilversum. En Zonnestraal was er ook niet geweest zonder de diamantindustrie. Maar minder bekend is dat de diamantbewerkers aan de basis stonden van de eerste woningbouwvereniging van de stad. In 1910 laten zij het eerste arbeiderswoningbouwcomplex bouwen in de Ericastraat, op zo’n 250 meter van slijperij ‘De Gijsbrecht’. Van de eerste vijftig woningen worden er 33 bewoond door diamantbewerkers. De woningen staan er nog steeds en zien er nog net zo uit als toen.