Wat zou je doen?

4 mei toespraak Gerhard van den Top

Beste mensen,

Het is nog maar enkele weken geleden dat bij hotel Laapershoek een eerste groep vluchtelingen uit Oekraïne arriveerde. Het waren voornamelijk vrouwen en kinderen. Hun echtgenoten, vaders en broers moesten zij achterlaten, niet wetende of zij hen ooit nog terugzien. Ik kan me niet voorstellen hoe het moet zijn om te leven met deze ondraaglijke onzekerheid. Of de verschrikkelijke gebeurtenissen te doorstaan die wij sinds 23 februari jl via het dagelijks nieuws volgen, en die zij persoonlijk hebben meegemaakt.

Oorlog is, zo blijkt dezer dagen opnieuw, helaas niet iets uit een donker verleden.


 Op deze dag herdenken wij alle Nederlanders die vanaf de tweede Wereld Oorlog door oorlogshandelingen of bij VN vredesmissies zijn omgekomen, zowel in als buiten Nederland. Met 25 miljoen militaire en 30 miljoen burgerslachtoffers staan de 5 jaren van de Tweede Wereldoorlog centraal in de beelden en verhalen die we op deze dag van herdenking met elkaar delen. Het aantal Nederlanders dat uit eigen ervaring verhalen kan delen over deze – letterlijk - onbeschrijflijke periode van vervolging, dood en verderf wordt steeds kleiner. Kinderen van verzetsdeelnemers ontmoeten elkaar en delen verhalen over hoe zij deze periode hebben beleefd en daarmee in hun latere leven om zijn gegaan. Mijn beide ouders, boerenkinderen uit de Veluwe, vertelden mij en mijn zus Annelies over onderduikers die zich tijdens de oorlog op de ouderlijke boerderij schuil hielden. In mijn kindertijd ging ik met mijn ouders mee wanneer ze hen bezochten. Het waren vrolijke bezoekjes waarin de warme relatie en dankbaarheid de boventoon voerden. Bij het bezoek dat wij iedere zondag aan mijn grootouders brachten bladerde ik door de beelden en verhalen die daar in de boekenkast te vinden waren. Voor Milou en Quinten, die mij hier vandaag met Jacobina bij deze herdenking vergezellen, wordt de afstand naar deze ervaringen en verhalen weer een generatie groter.

Daarom neemt het belang alleen maar toe om de herinnering levend te houden door elkaar verhalen te blijven vertellen over wat zo’n driekwart eeuw geleden gebeurde, bij voorbeeld hier in ons mooie Hilversum.

Morgen is het 77 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd. Twee dagen later reden de Engelse Polar Bears hier bij het Gooiland Hilversum binnen en kon ook in onze gemeente de bevrijding worden gevierd.’ Bewegende beelden van die feestelijke intocht zijn te zien in de film ‘Hilversum bezet en bevrijd, 1940-1945’ die op 17 april jl. na 2 jaar corona uitstel hier in het Filmtheater in première ging. Onze Hilversumse Historische Kring Albertus Perk produceerde deze film op basis van recent gevonden filmbeelden van de oprichter en leider van dansorkest The Ramblers, Theo Uden Marsman. Omringd door uitgelaten inwoners reden onze bevrijders hier langs het Gooiland. Drie dagen later sneuvelden 13 van hen alsnog bij een ontploffing van in beslag genomen wapens tijdens de ontwapening van de Duitse soldaten op een weiland nabij paleis Soestdijk daar. Aanstaande zaterdag zullen we de Polar Bears divisie herdenken en eren in Utrecht en op de Noorderbegraafplaats, waar deze 13 na de bevrijding omgekomen soldaten, plus drie daaraan later toevoegde lichamen van omgekomen Polar Bears begraven liggen.  

Na twee jaar van door de corona pandemie beperkte herdenkingen, waaronder de ‘75 jaar vrijheid’ herdenking van 2020, is het extra bijzonder hier vanavond in theater Gooiland samen te kunnen herdenken zoals Hilversum dat gewend is. Met deze bijeenkomst, een stille tocht en de 2 minuten stilte met kranslegging in het Rosarium. Heel fijn dat Geraldien von Freitag bereid is gevonden vandaag alsnog de Bill Minco lezing te houden, nadat deze in 2020 door de corona beperkingen niet hier kon plaatsvinden.

In deze week van herdenken en bevrijden ben ik even gaan kijken bij het monument in de Burgerzaal van ons Raadhuis. Zoals u waarschijnlijk weet staan op deze plaquette – u ziet hem hier op deze banier – de namen van 25 Hilversumse verzetsmensen die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog. Naar ieder van hen werd een straat vernoemd in Hilversum-Noord, ter hoogte van Laan 40-45. Hun levensweg en indrukwekkende verzetsdaden stonden in de afgelopen jaren van 4 mei herdenkingen centraal. Ook vandaag zullen wij hen, na deze toespraak, opnieuw respecteren en herdenken door hun namen te noemen.

Oorlog is afschuwelijk – niet alleen wegens dood, gruwelijke misdaden en verwoesting, maar ook omdat het tot dan toe ongeweten luikjes opent in de psyche van mensen. En dat brengt soms, ik moet dat helaas zeggen, afgrijselijke gedragingen naar boven, ook hier.

Hilversum liep als gemeente voorop in de Jodenvervolging. Onze gemeente had in de oorlogsjaren 3 NSB-burgemeesters, en het prachtige raadhuis dat Dudok negen jaar eerder had gerealiseerd fungeerde tijdens de oorlog als hoofdkwartier van de Wehrmacht, In haar boek beschrijft Geraldien von Freitag hoe grondig de Jodenvervolging in Hilversum werd aangepakt. Van de 2400 joden die voor de oorlog in Hilversum woonden was na de oorlog nog slechts 10% over. Ontslagen, de toegang tot allerlei openbare voorzieningen ontzegd, vernederd en verkocht door collaborateurs die goed geld verdienden aan het onder voorwendsel van bescherming tegen transport naar de concentratiekampen over de grens zetten of aan de Sicherheitspolizei overleveren van onderduikers.  Tijdens het 75 jarig de herdenking van 75 jaar vrijheid bood mijn voorganger Pieter Broertjes namens het college en de gemeenteraad van Hilversum terecht excuses aan voor de wijze waarop de overheid in oorlogsjaren heeft gehandeld.

Ik vraag me af hoe de oorlogstijd moet zijn geweest voor ambtenaren die destijds in Hilversum werkten. Ook zij werden gedwongen om de lijn van de overheid te volgen. Dit betekende dat zij maatregelen moesten nemen of handelingen moesten uitvoeren die bijdroegen aan de Jodenvervolging. Het is bijna niet voor te stellen dat iedereen daar vol overtuiging aan mee deed. Ongemak, twijfel, weerstand, waar ligt het punt dat je besluit niet te gehoorzamen, of zelfs echt te gaan tegenwerken en saboteren? En welke consequenties heeft dat dan voor je baan en bestaanszekerheid, Nota Bene in een wereld in oorlog. Vul je die ariër verklaring, die vanaf oktober 1940 verplicht was voor personeel van de overheid en aan de overheid gelieerde organisaties, in - of doe je dat niet. Door formulier A in te vullen, en daarmee te verklaren dat noch jijzelf, of je levenspartner of de beide grootouders ‘ooit heeft behoord tot de joodse geloofsgemeenschap’ verleende je al medewerking aan het ontslag en de verdere vervolging van je collega’s en medemensen die dat niet konden verklaren en dus formulier B moesten invullen. Voor alle duidelijkheid: wie niet invulde werd ook ontslagen. 

Wat zouden wij doen in zo’n situatie? Zouden wij dat ontslag hebben aangedurfd in een tijd waarin Nederland in oorlog was? Ook al breng je daarmee mensen in gevaar en verloochen je je principes? Of probeer je voor het oog mee te werken en pleeg je stiekem kleine – maar waardevolle – daden van verzet?
In deze eerste toespraak als uw eerste burger die ik op weg naar de dodenherdenking, zo dadelijk om 8 uur in het Rosarium, tot u mag richten, wil ik de aandacht richten op verhalen van mensen die niet op de banieren staan, maar die op hun eigen manier, soms onzichtbaar klein verzet hebben gepleegd.

In zijn recente publicatie ‘Geruisloos Verdwenen uit de Bibliotheekgeschiedenis’ beschrijft Mark Deckers niet alleen het lot van de 11 medewerkers van Nederlandse Bibliotheken die aan het begin van de bezetting vanwege hun Joodse afkomst werden ontslagen uit hun functie, maar ook hoe de Nederlandse Vereniging van Bibliotheken stapsgewijs meebewoog met opeenvolgende instructies van de bezetter. In haar reflectie op die keuze beschreef de huidige waarnemend voorzitter van de vereniging van Openbare Bibliotheken, Anne Rube, het indringende dilemma waarmee de toenmalige directie en medewerkers van de openbare bibliotheken te maken hadden. Een moreel dilemma waarin er kort samengevat voor werd gekozen om het openhouden van de leeszalen en boekuitleen prioriteit te geven. In haar indrukwekkende toespraak bij de presentatie van deze kroniek van 11 tot nu toe onbekende slachtoffers van de Jodenvervolging erkende zij dat daarin achteraf gezien andere keuzes hadden moeten worden gemaakt maar vroeg ook begrip voor de duivelse dilemma’s waartoe mensen zich in deze jaren te verhouden hadden.

En toch was ook in de Hilversumse bibliotheek sprake van openlijk en moedig verzet. De directeur van de bibliotheek weigerde het bord ‘voor Joden verboden’ voor de ingang van de bibliotheek te zetten. In 1942 werd het pand daarop door de Duitsers geconfisqueerd.

In haar boek Stad op Drift schetst Geraldien Von Frijtag een voorbeeld van moedige leerlingen van het Gemeentelijk Gymnasium, tegenwoordig de middelbare school van onze dochter Milou. Het verhaal zelf zal ik aan de auteur zelf overlaten. Gisterenavond aan tafel vertelde Milou dat zij het verhaal kende en dat er dit jaar op school een Paul Polak prijs werd uitgeloofd voor een initiatief dat bijdraagt aan het bestrijden van ongelijkheid. Deze werd gewonnen door twee leerlingen die thema’s rond geestelijke gezondheid, zoals depressie, bespreekbaar maken onder leerlingen. Een mooi voorbeeld van een verhaal uit de tweede Wereld Oorlog dat nog steeds word doorverteld en waarvan de inhoud en betekenis actueel blijft in een nieuwe vorm.

En zo waren er nog heel veel kleine maar niet onbelangrijke en moedige acties van verzet in Hilversum. Hilversummers stonden in 1944 bij station Sportpark te wachten op een trein vol Rotterdammers, die van daar na een razzia op transport waren gezet richting Duitsland. Bij een tussenstop bij Sportpark voerden zij de inzittenden stiekem weg naar een veilige plaats.

Dappere vrouwen vervoerden verzetskrantjes in hun fietstassen en kinderwagen. Ondanks een gerede pakkans besloten deze koeriersters tóch met de kranten op pad te gaan. In een omgeving vanwaaruit de Duitse bezetting werd geregisseerd en met bestuurlijke overgave gefaciliteerd was burgerlijke en ambtelijke ongehoorzaamheid een extra risicovolle keuze.

Ondanks de laakbare houding van het gemeentebestuur in de oorlogsjaren, waarbij uitvoerig en proactief met de bezetter werd gecollaboreerd, in het bijzonder waar het het ‘Judenfrei’ maken van Hilversum betrof, zijn er dus ook aanwijzingen van ambtelijk verzet.

Deze verzetsdaden door Hilversumse ambtenaren konden het verschil maken. Zo werden vanuit het distributiekantoor voedselbonnen voor onderduikers meegenomen. Ook verzorgden ambtenaren van Bevolking valse paspoorten. En dan was er natuurlijk politiecommissaris Vrijdag, die anti-Duits was en het zelfs durfde op te nemen tegen NSB-burgemeester Von Bönninghausen. Omdat het van grote moed getuigt om als ambtenaar in verzet te komen tegen het eigen gemeentebestuur vind ik het belangrijk om hier nader onderzoek naar te laten doen. Immers, ook vandaag, hier in Europa en daarbuiten, kunnen ambtenaren in botsing komen met hun eigen moreel kompas en zou de ruimte daarover in gesprek te kunnen gaan met de politieke opdrachtgevers wel eens een belangrijke garantie kunnen zijn, niet alleen voor goed bestuur, maar ook voor vrede en veiligheid.

Want dat deze niet vanzelfsprekend is zien we op dit moment in Oekraine, en ook in landen als Rusland en Syrië. Aan de kant van de bezetter zijn patronen zichtbaar van een langzaam maar zeker stelselmatig ondermijnen van de parlementaire democratie en het autocratisch leiderschap. Door systematische uitschakeling en opsluiting van politieke tegenstanders, beperking van de persvrijheid en manipulatie van de berichtgeving ontstaat een klimaat waarin je wel twee keer na denkt voor je je mening geeft, laat staan de straat op gaat voor een demonstratie. Maar ook in Rusland, waar anti-oorlog demonstranten worden gearresteerd, zijn moedige mensen die zich durven in te zetten voor klein en groot verzet.

Groot protest zagen we bij Marina Ovsjannikova, de inmiddels beroemde Russische nieuwslezeres die live op de staatstelevisie tegen de oorlog in protesteerde. Ook waarschuwde zij, in feite een rijksambtenaar met een strakke opdracht van het Kremlin, voor propaganda. Op welk moment moet zij hebben gedacht: en nu is het genoeg! Om vervolgens – als moeder van twee opgroeiende kinderen – welbewust het risico te nemen om voor jaren de gevangenis in te gaan? Ik heb daar groot respect voor.

Vanavond herdenken we de slachtoffers die zijn gevallen tijdens de Tweede Wereldoorlog, oorlogssituaties en vredesoperaties.

Dames en heren, we zijn hier vanavond in Gooiland, een belangrijke locatie tijdens de bevrijding van Hilversum. En juist dit pand huisvest op dit moment een groep vluchtelingen zonder paspoort en zonder status. En ook op de Heuvellaan bieden we onderdak aan mensen die huis en haard moesten achterlaten om zichzelf in veiligheid te brengen. Voor alle vluchtelingen geldt dat ze met het verlaten van hun land ook een deel van hun identiteit hebben ingeleverd. Opeens zijn ze geen winkelier, ingenieur, productiemedewerker of leerkracht meer. Vanaf het moment dat ze de grens overstaken, zijn ze vluchteling.

Met de komst van de mensen die we hier opvangen groeit ook de diversiteit in onze stad. We hebben ons te verhouden tot een samenleving waarin verschillende culturen en identiteiten niet alleen naast maar ook met elkaar dezelfde ruimte en andere schaarse middelen delen. Diversiteit en de bril van de ander leert ons op meerdere manieren naar de wereld kijken. Het is de kunst om ons daartoe te verhouden, geïnteresseerd te zijn en deze veranderingen niet als een verrijking te zien. Dat zie ik nu al gebeuren met de mensen die vanuit Oekraïne naar Nederland zijn gekomen. Vanaf de eerste dag dat deze vluchtelingen stroom op gang kwam stonden overal vrijwilligers op om onderdak te organiseren. Onder hen waren 125 ambtenaren van onze gemeente, die zich meldden om naast hun dagelijks werk te worden ingeroosterd voor de opvang van honderden Oekraïners die inmiddels hun toevlucht in onze gemeente hebben genomen.

Onze herdenkingen, het tot leven brengen van beelden en verhalen uit de tweede Wereld Oorlog zijn een heel belangrijke basis om hier in onze gemeente en te strijden tegen een herhaling van deze geschiedenis in de toekomst.

Het is belangrijk om ook, juist, vandaag te wijzen op het bestaan van een morele afweging die in oorlogstijd extra scherpte krijgt. De herkenning van de glijdende schaal van kleine beslissingen in de afweging van enerzijds het maatschappelijk of moreel weten en anderzijds het persoonlijk belang. Wie in vredestijd, laten we zeggen, straks of morgenmiddag, niet bewust zijn of haar eigen handelen kan afmeten aan het eigen persoonlijke morele kompas loopt het risico om onder druk onvoldoende weerstand te bieden aan de verleidelijkheid van het meebewegen met de macht. Wees jezelf bewust van je eigen morele waarden en deel die met je naasten en vooral ook met mensen die met dezelfde informatie tot andere afwegingen komen. Burgerschap heeft zulke open dialoog nodig. Alleen dan kan een samen-leving groeien en bloeien.

Het ontbreken van zulke op individueel moreel welbevinden gebaseerde dialoog leidt echter pijlsnel, sneller dan we allemaal zouden willen, tot een tweedeling in de maatschappij. Tussen allerlei groepen ‘goede’ mensen die ‘de ander’ fout vinden.

Die verdeeldheid ligt ook nu weer op de loer. De afgelopen twee corona jaren hebben we gezien hoe snel groepen mensen tegenover elkaar kunnen komen te staan. En hoe snel en diepgaand we van elkaar verwijderd raken als we de dialoog niet aangaan. Polarisatie en wantrouwen grijpen sneller om zich heen In een tijd waarin de berichten op social media de meningsvorming voeden, in plaats van vragen te stellen en de nuance te zoeken. We beschieten elkaar als digitale ridders met wederzijdse absolute waarheden die dagelijks worden gevoed en herbevestigd in onze buurten en sub-culturen, zowel fysiek als digitaal.

In het licht van die ontwikkeling, en met deze glijdende schaal naar onderlinge verwijdering en polarisatie in het achterhoofd zou ons allen willen meegeven een stukje eigen gelijk en overtuiging in te leveren, en een tandje bij te zetten op ruimte voor twijfel en interesse in de ander. En met die interesse in de hand eens wat vaker buiten de eigen kring het contact aan te gaan. Hoe oncomfortabel die stap ook kan zijn. Het zijn de kleine daden van verzet. In onze situatie van nu niet tegen een bezetter of een oorlog, maar wel tegen tweedeling en polarisatie. Interesse in de wereld van de ander kan moeite kosten. De kloof lijkt soms onoverbrugbaar. Maar door eigen denkbeelden, angsten en aannames los te laten, al was het maar bij wijze van experiment, bieden we ruimte voor nieuwe verbindingen.

Jacobina en ik nemen daarin vaak om een voorbeeld aan onze kinderen. Jonge kinderen kijken nog open en zonder oordeel. Ze zien een mede leerling, een voetballer, een artiest of arts - niet een Marokkaan, Afghaan of Oekraïner

De Oekraïense president Vladimir (Volodymyr) Zelenski zei bij zijn aantreden in 2019 dat inwoners geen foto van hem in hun kantoren moesten hangen. “Hang in plaats daarvan een foto van jullie kinderen op en kijk daar elke keer naar als je voor een belangrijke beslissing staat”, zei hij.

Het is prachtig dat onze kinderburgemeester Marij Uttien straks in het Rosarium zal spreken namens onze kinder-gemeenteraad. En samen met Oekraiense kinderen een krans zal leggen bij het verzetsmonument. Het Oekraiense volk leverde een grote bijdrage aan de overwinning op het nazisme in de tweede Wereld Oorlog. Oekraine verloor toen tussen de 8 en 10 miljoen mensenlevens. Nu vecht Oekraine tegen de Russiche dictatuur die heel Europa bedreigt.

De jeugd heeft de toekomst, zowel door het in ere houden van deze Dodenherdenking, als ook in het adopteren ervan in de jaren waarin er geen ooggetuigen meer zullen zijn om de beelden tot leven te wekken met de verhalen van de mensen die erop te zien zijn. Onze kinderen en jongeren leven in een digitaal tijdperk met veel instant communicatie. Daar zullen wij uiteindelijk op zekere wijze in mee moeten gaan om deze ceremonie ook voor hen relevant te houden.

Dat moet, want op 4 mei herdenken wij door om te zien met groot respect voor hen die vielen, en met medeleven voor het onvoorstelbaar leed dat mensen elkaar systematisch en op grond van ras en geloof aan deden. Gedrag vertoonden waarin elke vorm van medemenselijkheid was uitgeschakeld.

En waarin anderen alles dat hen lief was, inclusief het leven zelf, bereid waren op te geven om dat moorddadig regime te verslaan.

4 mei is ook de datum om ons te realiseren wat het gevaar is van het loslaten van elkaar.

En welke verschrikkelijke gevolgen dat heeft gehad.

En dat mag nooit meer gebeuren.