Groene regelgeving

Planten | Dieren | Bouwen | Kappen | Slopen | Stappenplan

Wilt u iets bouwen, kappen, slopen of aanleggen? Dan moet u vooraf bekijken of die activiteit gevolgen heeft voor planten of dieren. Het Stappenplan helpt u daarbij.

Stappenplan

  • Stap 1: Kijk op de ‘Groene kaart’ (ga naar 'extra lagen', kopje 'groene kaart' aanvinken). Geldt voor het gebied waarin u iets wilt ondernemen een waardeverwachting? Ga dan naar stap 2.
  • Stap 2: Kijk in de ‘Activiteiten die beschermde soorten mogelijk verstoren’. Is uw activiteit (mogelijk) risicovol? Ga dan naar stap 3.
  • Stap 3: Kijk op het ‘Overzicht van planten en dieren’. Heeft uw activiteit (mogelijk) nadelige gevolgen voor een bepaalde soort of soorten? Ga dan naar stap 4.
  • Stap 4: Bepaal welke verzachtende maatregelen nodig zijn. U kunt daarbij denken aan: niet kappen of slopen in broedseizoen, een composthoop niet eerder verwijderen dan het voorjaar, ophangen van nestkasten om te zorgen dat vleermuizen zich verplaatsen, enzovoorts). Als blijkt dat u toch een ontheffing nodig hebt, ga dan naar stap 5.
  • Stap 5: Vraag een vergunning aan. Vul het onderdeel ‘Handelingen met gevolgen voor beschermde dieren en planten' in op het Omgevingsloket. U heeft hiervoor een DigiD nodig.Direct regelen omgevingsloket externe website

Toelichting Stappenplan

Stap 1

Aan de hand van de ‘Groene kaart’ kunt u bekijken of voor een bepaalde locatie een waardeverwachting geldt voor flora, fauna en/of natuur. Voor activiteiten in de groen aangegeven gebieden geldt een verwachting en is dus toestemming nodig. Voor activiteiten in de de wit aangegeven gebieden niet en is dus geen toestemming nodig.

Stap 2

Geldt voor een locatie een waardeverwachting, dan hoeft dit nog niet te betekenen dat die bepaalde waarde ook daadwerkelijk wordt verstoord. Aan de hand van het overzicht van ‘Activiteiten die beschermde soorten mogelijk verstoren’ kunt u zelf vaststellen welke activiteiten naar verwachting geen verstoring opleveren. Hierbij kan gedacht worden aan het plaatsen van dakkapel of het uitbouwen van de woning aan de achterzijde. Is de voorgenomen activiteit niet risicovol, dan hoeft u in het kader van de groene regelgeving geen actie te ondernemen.

Stap 3

De Wet natuurbescherming geeft aan welke soorten planten en dieren beschermd worden. Hier moet u rekening mee houden. In mindere mate is het waarschijnlijk dat u rekening moet houden met overige zaken zoals de Natuurbeschermingswet (beschermt gebieden), de Boswet, Natura2000 gebieden en de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Deze wetten spelen met name een rol bij de randen en in de buitengebieden van Hilversum.

Stap 4

Verzachtende maatregelen binnen de groene regelgeving kunnen getroffen worden voor soorten die voorkomen in “tabel I” van de lijst van te beschermen soorten. In deze lijst wordt uitleg gegeven over de toepassing van de genoemde tabellen. De te beschermen soorten zijn ingedeeld in tabellen. De lijst bestaat uit tabel I tot en met III. Deze tabellen geven de zwaarte van de bescherming van de soort aan, waarbij op de soorten die voorkomen in tabel III de zwaarste bescherming rust. In andere gevallen zal er sprake zijn van compenserende maatregelen, die in het kader van de omgevingsvergunning worden opgelegd door het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie (ELI).

Als een activiteit een soort verstoort die voorkomt in tabel 1, dan is het mogelijk dat u vooraf verzachtende maatregelen treft. Als u deze treft voordat u de activiteit uitvoert, is er niet langer sprake van aantasting en is het ook niet nodig om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming bij uw omgevingsvergunning aan te vragen.

Stap 5

Als u een omgevingsvergunning gaat aanvragen, dan moet u het onderdeel ‘Handelingen met gevolgen voor beschermde dieren en planten’ op het Omgevingsloket invullen. U heeft hiervoor een DigiD nodig. De gemeente stuurt de aanvraag dan door naar ELI en vraagt of er ook een vergunning verleend kan worden op grond van de betreffende groene regelgeving. Dat kan betekenen dat ELI het volgende aan ons adviseert:

  • Er is geen sprake van aantasting van de te beschermen soort. Wij kunnen dan verder met uw aanvraag volgens de normale procedures bij de omgevingsvergunning.
  • Er is wel sprake van aantasting van de te beschermen soort maar niet zodanig dat de soort bedreigd wordt, dan geeft ELI een “Verklaring van geen bedenkingen” (VVGB) af met daarin de voorwaarden die wij in de omgevingsvergunning moeten stellen. We mogen daar niet zelf van afwijken. Dat mag uitsluitend na overleg met de genoemde bestuursorganen, daar is dan ook een nieuwe VVGB voor nodig eventueel met compenserende maatregelen.
  • Er is sprake van aantasting van de te beschermen soort zodanig dat de soort bedreigd wordt, dan wordt de VVGB geweigerd en mogen wij geen omgevingsvergunning verlenen.

Let nog op de volgende zaken!

Verantwoordelijkheid

U als aanvrager van een omgevingsvergunning bent verantwoordelijk voor een complete aanvraag. Dat betekent dat, wanneer u de flora of fauna gaat aantasten, maatregelen moet treffen om deze aantasting te voorkomen/beperken. Het kan zijn dat u een verzoek om ontheffing moet indienen. Deze eventueel benodigde ontheffing kunt u laten “aanhaken” bij uw aanvraag om omgevingsvergunning. Het voordeel daarvan is dat in één procedure duidelijk wordt of de gewenste activiteit of werkzaamheid vergund kan worden.

Handhaving

Als u dit achterwege laat, en tijdens het uitvoeren van de activiteit blijkt dat er sprake is van aantasting van een te beschermen soort, zal de activiteit door ons worden stilgelegd. Daarnaast kan een proces verbaal opgemaakt worden en/of een geldboete worden opgelegd. Een dergelijke stillegging kan een behoorlijke schadepost voor u betekenen.

Omgevingsvergunningvrij is niet regelvrij

Wij merken op dat de groene regelgeving ook een rol kan spelen bij vergunningsvrije activiteiten. Bij vergunningvrij bouwen kan het zijn dat u wel een ontheffing van de groene regelgeving nodig heeft. Dit gaat dan niet via een omgevingsvergunning, maar via een aanvraag bij de Provincie of het ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (ELI).