De tragedie van de Polar Bears bij Soestdijk

7 mei 1945

Op 7 mei 1945 trokken verschillende eenheden van de Polar Bear Divisie als bevrijders Hilversum binnen. Ze werden daar door een uitgelaten menigte onthaald. Dagenlang was het feest in de Omroepstad. Maar 5 dagen later was die feeststemming omgeslagen in verdriet en rouw. In een plechtige stoet werden de lichamen van 13 Polar Bears van de Geraniumschool naar de Noorderbegraafplaats gebracht. Begeleid door duizenden rouwende Hilversummers. Het waren de resten van jonge mannen, onze bevrijders, die nog steeds in een stille hoek van de Noorderbegraafplaats rusten.

Hun taak: Duitse troepen ontwapenen

Lang hadden ze niet van hun heldenrol als bevrijders kunnen genieten. Ze waren blij en dankbaar dat ze de oorlog hadden overleefd, in tegenstelling van veel van hun kameraden. Maar ze moesten aan het werk. Hun taak was de Duitse troepen die in deze omgeving gelegerd waren, te ontwapenen. De Duitsers schikten zich zonder tegenstand in hun lot. Ook zij waren blij dat ze de oorlog hadden overleefd. Ze kregen de opdracht zich naar een concentratiegebied bij Soestdijk te begeven. Dat waren de weilanden aan de Biltseweg naast paleis Soestdijk. De Duitse troepen kwamen op fietsen, met paard en wagen of te voet via de Amsterdamsestraatweg aanzetten. Daar wachtten de mannen van het Leicestershire en het Duke of Wellington’s Regiment hen op om hen te ontwapenen of zoals zij dat zelf noemden ‘door de worstmachine te halen’.  De Duitsers moesten afstand doen van hun oorlogstuig zoals hun vuurwapens, bajonetten, stalen helmen, munitie, granaten, mijnen en andere explosieven. Ook werden ze gescreend op mogelijke betrokkenheid bij oorlogsmisdaden.

Geëxplodeerde antitankmijn

Op 10 mei ging het daar vreselijk mis. Aan het eind van de middag arriveerde een trekker met oorlogstuig. Een paar Duitsers laadden de spullen uit en gooiden die onder toezicht van Britse militairen op een hoop. Opeens klonk het geluid van een zware explosie. Een antitankmijn was geëxplodeerd te midden van de andere munitie. De ontploffing sloeg een krater in het weiland. Verschillende ruiten in de omgeving sprongen. Dertien soldaten van het Leicestershire Regiment die in de buurt stonden, waren op slag dood en 6 anderen raakten er zwaar gewond. Ook kwamen er ten minste 2 Duitse soldaten om, onder wie de man die de mijn op de stapel had gegooid. Het gerucht ging dat hij daarmee zelfmoord wilde plegen. Maar wellicht was het ook een ongeluk. De ravage was enorm. De kracht van de explosie was zo groot dat het lichaam van soldaat Henry Hall, die al sinds Normandië als verbindingsman bij het mortierpeloton diende, 100 meter verderop in het weiland terecht kwam. De verslagenheid onder de mannen van het mortierpeloton, die nu nadat de oorlog voorbij was nog zo veel strijdmakkers verloren, was groot. 

Rouwstoet naar de Noorderbegraafplaats

De stoffelijke resten van de 13 Britten werden 2 dagen later onder grote publieke belangstelling vanuit de Geraniumschool in een plechtige stoet overgebracht naar de Noorderbegraafplaats en daar begraven. De dood van de soldaten, die na Nederland te hebben bevrijd en de oorlog te hebben overleefd alsnog sneuvelden, maakte diepe indruk op de Hilversummers.

Later werden naast hen nog 3 andere militairen van de Polar Bear Divisie begraven. Een van hen overleed als gevolg van een auto-ongeluk, toen zijn wagen plotseling moest stoppen voor een overstekend kind. Van beide anderen is helaas niet bekend hoe zij om het leven zijn gekomen.

Meindert Tepper geeft de geschiedenis gezicht

Meindert Tepper heeft, 75 jaar na dato, geprobeerd de gegevens van deze zestien mannen te achterhalen. Dankzij zijn inspanning weten we nu wat meer van 9 van hen. Hun portretten staan bij hun graven. Maar het is wrang dat dat van die anderen tot nog toe niet mogelijk is gebleven. Van hen resteren slechts de namen op hun graven.

De gesneuvelden

De 13 Polar Bears van het Leicestershire Regiment die sneuvelden waren:

  • soldaat Thomas Vincent Haig Atkin,
  • korporaal Jack Fisher,
  • soldaat Henry Hall,
  • soldaat Lawrence Copley Hart,
  • sergeant Owen William Hartshorn,
  • soldaat Robert Henry Clement Hyde,
  • soldaat Vernon George Langley,
  • soldaat Edward Charles Obeney,
  • soldaat Samuel Onion,
  • soldaat Donald Eli Wain,
  • korporaal Roy James Walley,
  • korporaal Lewis George Edmund Whitehall en soldaat Ronald Wood.

Later werden nog begraven:

  • kanonnier Fred Crowther,
  • korporaal Albert Spencer en s
  • sergeant George Valentine Thompson.

Tekst: Pieter Hoogenraad