Eenmaal per
maand ziet u hier foto’s met een beschrijving afkomstig uit het
Streekarchief Gooi en Vechtstreek. Die beschrijving is niet
volledig, maar u kunt zelf in het Streekarchief ook op zoek gaan
naar de geschiedenis van Hilversum. Bent u bijvoorbeeld benieuwd
naar uw huis of straat in vroeger tijden? Breng dan eens een
bezoek. Honderden archieven en collecties liggen op u te wachten.
Het Streekarchief Gooi en Vechtstreek zit in het Stadskantoor, Oude
Enghweg 23; openingstijden ma. 9.00-13.00 uur, di. t/m vr.
9.00-17.00 uur ; website: www.gooienvechthistorisch.nl
foto bijschrift: Voorgevel oude raadhuis,
Kerkbrink 6, 1930. (Foto: Streekarchief Gooi en Vechtstreek)
Het gebouw en de gebruikers
Het oude raadhuis staat eigenlijk al zo’n tachtig jaar in de
schaduw van zijn opvolger, de wereldberoemde schepping van
architect W.M. Dudok in het Dudokpark. Toch is de kern van het
markante gebouwtje op de Kerkbrink inmiddels al zo’n 250 jaar oud.
Dat is eigenlijk een wonder, want de gemeente Hilversum besloot
verschillende malen om het oude raadhuis te slopen. Inmiddels kan
het gebouw bogen op een lange reeks van bewoners van verschillende
pluimage. Deze rubriek gaat ditmaal over het gebouw en zijn
bewoners door de eeuwen heen.
Ingrijpende verbouwing
Het gebouw werd gebouwd als regthuis na de grote brand van 1766.
In de tweede helft van de 19e eeuw voldeed het steeds minder. De
bestuurders wilden een meer representatief raadhuis, passend bij de
groeiende gemeente. Aanvankelijk gingen de gedachten uit naar de
bouw van een geheel nieuw raadhuis aan de Kerkbrink. Maar dat ging
de financiële mogelijkheden te boven. Daarom besloot de
gemeenteraad in 1881 tot een ingrijpende verbouwing van het
rechthuis, naar een ontwerp van gemeentearchitect Johannes
Rietbergen. Aan de zuidzijde en de achterkant werd een deel
aangebouwd. De muren van het oude Regthuis werden aangepast en er
kwam een nieuwe buitenmuur omheen. De lage onderverdieping bleef
gehandhaafd, maar er kwam een monumentale trap (met bordes) naar de
voorname bovenverdieping.
Zeven personeelsleden
Op 17 mei 1882 opende burgemeester J.E.C. Schook het
karakteristieke gebouwtje. De afwerking nam echter nog wat tijd in
beslag. In oktober 1887 praatte de gemeenteraad nog over
bijvoorbeeld het afschilderen en behangen van de raadzaal. De
fraaie plafondschilderingen zijn waarschijnlijk van de hand van de
Hilversumse kunstenaar Antonius Brouwer. Pas in 1890 werd in de
gang van de eerste verdieping de granietvloer gelegd. Aanvankelijk
was het raadhuis groot genoeg. In 1901 telde de gemeentesecretarie
niet meer dan zeven personeelsleden.
Vijf cellen
In het begin herbergde de benedenverdieping de politiepost, een
lokaal voor de nachtwacht, vijf cellen en de woning voor de bode
van het raadhuis. Op de eerste verdieping was een wachtkamer, een
kleine vergaderruimte, de secretarie, de kamers van de
burgemeester, de secretaris en de raadzaal. De zolder diende
ondermeer als bergplaats voor de archivalia.
Doorgeroest
De grote toename van de bevolking had ook een weerslag op het
werk voor de gemeente en het aantal ambtenaren. In 1895 werd de
ruimte voor de Secretarie, later Algemene Zaken, vergroot. In 1917
dreigde een gedeelte van het plafond naar beneden te komen. De
spijkers waren volledig doorgeroest. Het gehele plafond moest
worden vernieuwd. Omdat er al plannen waren voor nieuwbouw, werd
volstaan met een houten plafond.
foto bijschrift: Kerkbrink 8. Gebouw Burgelijke Stand met
daarvoor politiepost. Rechts oude raadhuis. Links begin Oude
Torenstraat, 1916. (Foto: Streekarchief Gooi en Vechtstreek)
Houten politiepost
De Raadzaal, het grootste vertrek in het raadhuis, bleek al
spoedig na de bouw te klein voor de vergaderingen van de
gemeenteraad. Met de groei van het aantal inwoners nam ook het
aantal raadsleden en het aantal wethouders toe. De Raadzaal
onderging in 1910 een verbouwing. Beneden in het raadhuis waar de
politie was gevestigd, werd de ruimtenood zo groot dat in 1916 werd
besloten een houten politiepost te bouwen, vlak naast het raadhuis.
De pas benoemde directeur van Publieke Werken, de architect W.M.
Dudok, maakte een ontwerp en liet dit bouwen. Later is dit
gebouwtje overgeplaatst naar het Dr. J.M. den Uylplein, waar het
gebouw nu nog onderdak biedt aan een kapperszaak.
Door het vertrek van de politie uit het raadhuis werden ook de
cellen niet meer gebruikt. De vrijkomende vertrekken boden ruimte
aan de afdeling Financiën en de typiste en in de cellen kwam het
archief.
Plannen nieuw raadhuis
In 1913 werden, veroorzaakt door ruimtegebrek, weer plannen voor
een nieuw raadhuis gemaakt. Vele gebouwen rond het raadhuis waren
reeds als dienstgebouwen in gebruik genomen. Bij de benoeming in
1915 tot directeur Publieke Werken kreeg de architect W.M. Dudok
als één van zijn eerste opdrachten een nieuw raadhuis te ontwerpen.
Hij heeft verschillende plannen gemaakt. Eerst voor het terrein aan
de Kerkbrink, waar het raadhuis stond en later voor een terrein aan
de ’s-Gravelandseweg. Nadat op 31 juli het nieuwe raadhuis werd
geopend, brak voor het oude raadhuis de tijd aan waarin het
verschillende bestemmingen zou krijgen.
Museum
De gemeente stelde een kamer, de voormalige bodekamer, ter
beschikking aan de in 1934 door particulieren opgerichte stichting
Museum voor het Gooi en Omstreken. De ruimte werd ingericht tot
oudheidkamer. Het bestuur van de stichting verzocht de gemeente om
de hele verdieping voor het museum te mogen gebruiken, omdat de
oudheidkamer al gauw veel te klein was geworden. De gemeente ging
op het verzoek in en voor de symbolische huurprijs van fl. 1,-
kreeg het Goois Museum de beschikking over de gehele parterre. De
officiële opening vond plaats op 18 november 1935.
Ortscommandant
In de periode 1940-1945 werd het functioneren van het Goois
Museum ernstig bemoeilijkt. Begin 1941 vorderde de Ortscommandant
het gehele gebouw. Na het vertrek van de Ortscommandant in de zomer
van 1941, trachtten de medewerkers van het museum de kamers weer,
zo goed als mogelijk was, in te richten.
Na de bevrijding kwamen opnieuw militairen in het oude raadhuis,
ditmaal het Canadese leger. Kort na de oorlog diende het gebouw ook
tijdelijk als noodonderkomen voor andere instellingen.
Afbreken
In de oorlog kwam ook het voortbestaan van het gebouw ter
discussie te staan. Het gemeentebestuur besloot het oude raadhuis
op korte termijn af te breken. Het bestuur van het museum kreeg in
juli 1943 bericht dat de afbraak vier maanden later zou starten.
Het gebouw moest verdwijnen om esthetische en verkeerstechnische
redenen, vooral in verband met de bouw van het nieuwe postkantoor
aan de Oude Torenstraat. De dreiging van sloop van het oude
raadhuis zou tot 1972 blijven bestaan. Onder deze dreiging bleef
het museum functioneren en de ruimten in het oude raadhuis
ondergingen diverse gedaanteverwisselingen door onder meer
inrichting van expositieruimten. Naast de expositieruimten waren er
ook kantoorruimten. Het Gooisch Natuurreservaat is tot aan 1957
gehuisvest geweest in een van deze kantoorruimten.
Vanaf de oorlog is gewerkt aan de realisatie van een cultureel
centrum en zijn er plannen gemaakt om het museum elders te
vestigen.
Structuurplan
De stedenbouwkundige inzichten binnen de gemeente Hilversum
leidden in 1971 tot het gemeentelijk structuurplan voor de kern van
Hilversum. Hierin werd in grote lijnen de stedenbouwkundige
ontwikkeling geschetst om het hart van Hilversum tot een levendig
trefpunt op allerlei gebied te laten worden. Dit doel zou moeten
worden bereikt door veel breken en bouwen. Het oude raadhuis paste
niet in deze plannen. In 1969 kwam voor het museum een oplossing
toen toestemming werd verkregen tot het huren van een
onderverdieping van een flatgebouw aan de Vaartweg.
Informatiecentrum
Om de bevolking duidelijk te maken hoe de
grootse plannen van de het gemeentelijk structuurplan voor de kern
van Hilversum zouden worden uitgevoerd, moest natuurlijk een
expositie worden gehouden. Ruimte vinden was niet eenvoudig, maar
gelukkig stond op de Kerkbrink nog een voor de sloop bestemd
gemeentepand, het oude raadhuis. Sinds de gemeentelijke sociale
dienst er uitgetrokken was, stond het te verpieteren. Door de
Stedenbouwkundige Dienst werd er de tentoonstelling over het
Structuurplan 1971 ingericht. Het eerste hoofd van de afdeling
Voorlichting bedacht dat de benedenverdieping misschien voor andere
voorlichtingsdoeleinden kon worden gebruikt. Zij zette een
medewerkster in het oude raadhuis en het gemeentelijk
Informatiecentrum was geboren. Een soort ‘kraakactie’ dus. In 1972
haalde de raad het pand, weliswaar bij motie, van de slooplijst af,
maar geld voor herstel kwam er niet door dit besluit.
foto
bijschrift: Kerkbrink 8. Voorgevel met politiebureau en bijgebouwen
oude raadhuis, 1933. (Foto: Streekarchief Gooi en Vechtstreek)
Begrip
Het Informatiecentrum werd langzaamaan een begrip omdat de
mannen en vrouwen van Voorlichting onder meer op eigen kosten en in
hun vrije tijd de benedenverdieping bewoonbaar maakten. Het bezoek
nam toe. Uiteindelijk kon de bovenverdieping met een kleine
onderhoudsbeurt worden opgeknapt. De afdeling Voorlichting heeft de
leegstaande verdieping kunnen verhuren aan de Rechtswinkel, de
Federatieve Vrouwenraad, de redactie van HIK (Hilversum Informatie
en Kommunikatieblad) de Volksuniversiteit en het NIAC.
In 1983 kwam toch nog geld op tafel om de benedenverdieping te
verbouwen. In juni 1984 besloot het gemeentebestuur het
Informatiecentrum op te heffen, uit bezuinigingsoverwegingen. Kort
daarna werden successievelijk de huurcontracten opgezegd en in de
loop van 1986 stond het oude raadhuis weer leeg op de Kerkbrink.
Goois Museum
Nadat in 1984 de ruimte van de afdeling Voorlichting in het oude
raadhuis vrijkwam, besloten burgemeester en wethouders daarop om
die ruimte tijdelijk in gebruik te geven aan het Goois Museum als
kantoor- en werkruimte. In oktober 1984 nam het college een
principebeslissing om het oude raadhuis te bestemmen tot
huisvesting van het Goois Museum. Pas op 11 maart 1987 ging de
gemeenteraad akkoord met de plannen tot uitvoering van de
restauratie en aanpassing van het oude raadhuis ten behoeve van het
Goois Museum.
Het museum dat in de volgende jaren een andere naam kreeg, Museum
Hilversum, is nog steeds de hoofdbewoner van het oude raadhuis.
Webredactie
foto bijschrift: Kerkbrink 2, 4 en 6 met kerk, oude postkantoor en
oude raadhuis, 1900. (Foto: Streekarchief Gooi en Vechtstreek)