Home Geschiedenis Historisch Hilversum Historisch Hilversum: het oude raadhuis

Historisch Hilversum: het oude raadhuis

Het oude raadhuis staat eigenlijk al zo’n tachtig jaar in de schaduw van zijn opvolger, de wereldberoemde schepping van architect W.M. Dudok in het Dudokpark.

Voorgevel oude raadhuis, Kerkbrink 6, 1930Eenmaal per maand ziet u hier foto’s met een beschrijving afkomstig uit het Streekarchief Gooi en Vechtstreek. Die beschrijving is niet volledig, maar u kunt zelf in het Streekarchief ook op zoek gaan naar de geschiedenis van Hilversum. Bent u bijvoorbeeld benieuwd naar uw huis of straat in vroeger tijden? Breng dan eens een bezoek. Honderden archieven en collecties liggen op u te wachten. Het Streekarchief Gooi en Vechtstreek zit in het Stadskantoor, Oude Enghweg 23; openingstijden ma. 9.00-13.00 uur, di. t/m vr. 9.00-17.00 uur ; website: www.gooienvechthistorisch.nl

foto bijschrift: Voorgevel oude raadhuis, Kerkbrink 6, 1930. (Foto: Streekarchief Gooi en Vechtstreek)

 

Het gebouw en de gebruikers

Het oude raadhuis staat eigenlijk al zo’n tachtig jaar in de schaduw van zijn opvolger, de wereldberoemde schepping van architect W.M. Dudok in het Dudokpark. Toch is de kern van het markante gebouwtje op de Kerkbrink inmiddels al zo’n 250 jaar oud. Dat is eigenlijk een wonder, want de gemeente Hilversum besloot verschillende malen om het oude raadhuis te slopen. Inmiddels kan het gebouw bogen op een lange reeks van bewoners van verschillende pluimage. Deze rubriek gaat ditmaal over het gebouw en zijn bewoners door de eeuwen heen.

Ingrijpende verbouwing

Het gebouw werd gebouwd als regthuis na de grote brand van 1766. In de tweede helft van de 19e eeuw voldeed het steeds minder. De bestuurders wilden een meer representatief raadhuis, passend bij de groeiende gemeente. Aanvankelijk gingen de gedachten uit naar de bouw van een geheel nieuw raadhuis aan de Kerkbrink. Maar dat ging de financiële mogelijkheden te boven. Daarom besloot de gemeenteraad in 1881 tot een ingrijpende verbouwing van het rechthuis, naar een ontwerp van gemeentearchitect Johannes Rietbergen. Aan de zuidzijde en de achterkant werd een deel aangebouwd. De muren van het oude Regthuis werden aangepast en er kwam een nieuwe buitenmuur omheen. De lage onderverdieping bleef gehandhaafd, maar er kwam een monumentale trap (met bordes) naar de voorname bovenverdieping.

Zeven personeelsleden

Op 17 mei 1882 opende burgemeester J.E.C. Schook het karakteristieke gebouwtje. De afwerking nam echter nog wat tijd in beslag. In oktober 1887 praatte de gemeenteraad nog over bijvoorbeeld het afschilderen en behangen van de raadzaal. De fraaie plafondschilderingen zijn waarschijnlijk van de hand van de Hilversumse kunstenaar Antonius Brouwer. Pas in 1890 werd in de gang van de eerste verdieping de granietvloer gelegd. Aanvankelijk was het raadhuis groot genoeg. In 1901 telde de gemeentesecretarie niet meer dan zeven personeelsleden.

Vijf cellen

In het begin herbergde de benedenverdieping de politiepost, een lokaal voor de nachtwacht, vijf cellen en de woning voor de bode van het raadhuis. Op de eerste verdieping was een wachtkamer, een kleine vergaderruimte, de secretarie, de kamers van de burgemeester, de secretaris en de raadzaal. De zolder diende ondermeer als bergplaats voor de archivalia.

Doorgeroest

De grote toename van de bevolking had ook een weerslag op het werk voor de gemeente en het aantal ambtenaren. In 1895 werd de ruimte voor de Secretarie, later Algemene Zaken, vergroot. In 1917 dreigde een gedeelte van het plafond naar beneden te komen. De spijkers waren volledig doorgeroest. Het gehele plafond moest worden vernieuwd. Omdat er al plannen waren voor nieuwbouw, werd volstaan met een houten plafond.
Kerkbrink 8. Gebouw Burgelijke Stand met daarvoor politiepost. Rechts oude raadhuis

foto bijschrift: Kerkbrink 8. Gebouw Burgelijke Stand met daarvoor politiepost. Rechts oude raadhuis. Links begin Oude Torenstraat, 1916. (Foto: Streekarchief Gooi en Vechtstreek)











Houten politiepost

De Raadzaal, het grootste vertrek in het raadhuis, bleek al spoedig na de bouw te klein voor de vergaderingen van de gemeenteraad. Met de groei van het aantal inwoners nam ook het aantal raadsleden en het aantal wethouders toe. De Raadzaal onderging in 1910 een verbouwing. Beneden in het raadhuis waar de politie was gevestigd, werd de ruimtenood zo groot dat in 1916 werd besloten een houten politiepost te bouwen, vlak naast het raadhuis. De pas benoemde directeur van Publieke Werken, de architect W.M. Dudok, maakte een ontwerp en liet dit bouwen. Later is dit gebouwtje overgeplaatst naar het Dr. J.M. den Uylplein, waar het gebouw nu nog onderdak biedt aan een kapperszaak.
Door het vertrek van de politie uit het raadhuis werden ook de cellen niet meer gebruikt. De vrijkomende vertrekken boden ruimte aan de afdeling Financiën en de typiste en in de cellen kwam het archief.

Plannen nieuw raadhuis

In 1913 werden, veroorzaakt door ruimtegebrek, weer plannen voor een nieuw raadhuis gemaakt. Vele gebouwen rond het raadhuis waren reeds als dienstgebouwen in gebruik genomen. Bij de benoeming in 1915 tot directeur Publieke Werken kreeg de architect W.M. Dudok als één van zijn eerste opdrachten een nieuw raadhuis te ontwerpen. Hij heeft verschillende plannen gemaakt. Eerst voor het terrein aan de Kerkbrink, waar het raadhuis stond en later voor een terrein aan de ’s-Gravelandseweg. Nadat op 31 juli het nieuwe raadhuis werd geopend, brak voor het oude raadhuis de tijd aan waarin het verschillende bestemmingen zou krijgen.

Museum

De gemeente stelde een kamer, de voormalige bodekamer, ter beschikking aan de in 1934 door particulieren opgerichte stichting Museum voor het Gooi en Omstreken. De ruimte werd ingericht tot oudheidkamer. Het bestuur van de stichting verzocht de gemeente om de hele verdieping voor het museum te mogen gebruiken, omdat de oudheidkamer al gauw veel te klein was geworden. De gemeente ging op het verzoek in en voor de symbolische huurprijs van fl. 1,- kreeg het Goois Museum de beschikking over de gehele parterre. De officiële opening vond plaats op 18 november 1935.

Ortscommandant

In de periode 1940-1945 werd het functioneren van het Goois Museum ernstig bemoeilijkt. Begin 1941 vorderde de Ortscommandant het gehele gebouw. Na het vertrek van de Ortscommandant in de zomer van 1941, trachtten de medewerkers van het museum de kamers weer, zo goed als mogelijk was, in te richten.
Na de bevrijding kwamen opnieuw militairen in het oude raadhuis, ditmaal het Canadese leger. Kort na de oorlog diende het gebouw ook tijdelijk als noodonderkomen voor andere instellingen.

Afbreken

In de oorlog kwam ook het voortbestaan van het gebouw ter discussie te staan. Het gemeentebestuur besloot het oude raadhuis op korte termijn af te breken. Het bestuur van het museum kreeg in juli 1943 bericht dat de afbraak vier maanden later zou starten. Het gebouw moest verdwijnen om esthetische en verkeerstechnische redenen, vooral in verband met de bouw van het nieuwe postkantoor aan de Oude Torenstraat. De dreiging van sloop van het oude raadhuis zou tot 1972 blijven bestaan. Onder deze dreiging bleef het museum functioneren en de ruimten in het oude raadhuis ondergingen diverse gedaanteverwisselingen door onder meer inrichting van expositieruimten. Naast de expositieruimten waren er ook kantoorruimten. Het Gooisch Natuurreservaat is tot aan 1957 gehuisvest geweest in een van deze kantoorruimten.
Vanaf de oorlog is gewerkt aan de realisatie van een cultureel centrum en zijn er plannen gemaakt om het museum elders te vestigen.

Structuurplan

De stedenbouwkundige inzichten binnen de gemeente Hilversum leidden in 1971 tot het gemeentelijk structuurplan voor de kern van Hilversum. Hierin werd in grote lijnen de stedenbouwkundige ontwikkeling geschetst om het hart van Hilversum tot een levendig trefpunt op allerlei gebied te laten worden. Dit doel zou moeten worden bereikt door veel breken en bouwen. Het oude raadhuis paste niet in deze plannen. In 1969 kwam voor het museum een oplossing toen toestemming werd verkregen tot het huren van een onderverdieping van een flatgebouw aan de Vaartweg.

Informatiecentrum

Om de bevolking duidelijk te maken hoe de grootse plannen van de het gemeentelijk structuurplan voor de kern van Hilversum zouden worden uitgevoerd, moest natuurlijk een expositie worden gehouden. Ruimte vinden was niet eenvoudig, maar gelukkig stond op de Kerkbrink nog een voor de sloop bestemd gemeentepand, het oude raadhuis. Sinds de gemeentelijke sociale dienst er uitgetrokken was, stond het te verpieteren. Door de Stedenbouwkundige Dienst werd er de tentoonstelling over het Structuurplan 1971 ingericht. Het eerste hoofd van de afdeling Voorlichting bedacht dat de benedenverdieping misschien voor andere voorlichtingsdoeleinden kon worden gebruikt. Zij zette een medewerkster in het oude raadhuis en het gemeentelijk Informatiecentrum was geboren. Een soort ‘kraakactie’ dus. In 1972 haalde de raad het pand, weliswaar bij motie, van de slooplijst af, maar geld voor herstel kwam er niet door dit besluit.

 


Kerkbrink 8foto bijschrift: Kerkbrink 8. Voorgevel met politiebureau en bijgebouwen oude raadhuis, 1933. (Foto: Streekarchief Gooi en Vechtstreek)

Begrip

Het Informatiecentrum werd langzaamaan een begrip omdat de mannen en vrouwen van Voorlichting onder meer op eigen kosten en in hun vrije tijd de benedenverdieping bewoonbaar maakten. Het bezoek nam toe. Uiteindelijk kon de bovenverdieping met een kleine onderhoudsbeurt worden opgeknapt. De afdeling Voorlichting heeft de leegstaande verdieping kunnen verhuren aan de Rechtswinkel, de Federatieve Vrouwenraad, de redactie van HIK (Hilversum Informatie en Kommunikatieblad) de Volksuniversiteit en het NIAC.
In 1983 kwam toch nog geld op tafel om de benedenverdieping te verbouwen. In juni 1984 besloot het gemeentebestuur het Informatiecentrum op te heffen, uit bezuinigingsoverwegingen. Kort daarna werden successievelijk de huurcontracten opgezegd en in de loop van 1986 stond het oude raadhuis weer leeg op de Kerkbrink.

Goois Museum

Nadat in 1984 de ruimte van de afdeling Voorlichting in het oude raadhuis vrijkwam, besloten burgemeester en wethouders daarop om die ruimte tijdelijk in gebruik te geven aan het Goois Museum als kantoor- en werkruimte. In oktober 1984 nam het college een principebeslissing om het oude raadhuis te bestemmen tot huisvesting van het Goois Museum. Pas op 11 maart 1987 ging de gemeenteraad akkoord met de plannen tot uitvoering van de restauratie en aanpassing van het oude raadhuis ten behoeve van het Goois Museum.

Het museum dat in de volgende jaren een andere naam kreeg, Museum Hilversum, is nog steeds de hoofdbewoner van het oude raadhuis.

Webredactie

Kerkbrink 2, 4 en 6 met kerk, oude postkantoor en oude raadhuis, 1900

foto bijschrift: Kerkbrink 2, 4 en 6 met kerk, oude postkantoor en oude raadhuis, 1900. (Foto: Streekarchief Gooi en Vechtstreek)


Uitgelicht


Zoeken