“Wat ik me wens?”, de Hilversumse stadsbouwmeester Chris
Vanderheyden(52) neemt even een adempauze. “Architectuur en
stedenbouw zorgen voor de samenhang tussen verschillende
maatschappelijke aspecten, een soort bindmiddel dat de eigenheid
van de stad versterkt . Er is tot nu toe nogal veel ad hoc naar
bouwplannen gekeken en minder naar de samenhang en de verankering
met de omgeving. Ik zou het prettig vinden als we nieuwe projecten
integraal gaan aanpakken. Dat het niet alleen gaat om een gebouw,
maar ook om de context. Dit zou, bij elke benadering van nieuwe
plannen, als een reflex in de hoofden van ontwerpers, ambtenaren en
politici aanwezig moeten zijn en dat vraagt om serieuze nieuwe
inzichten. Maar ik geloof er in dat als dit een automatisme is
geworden, de schoonheid, identiteit en uitstraling van de stad
intenser worden” .
Stadsbouwmeester Chris Vanderheyden in de monumentale Raadhuisbuurt. (Foto: Kastermans)
Chris is sinds eind juli 2011 stadsbouwmeester van Hilversum. Ze
heeft de Belgische nationaliteit. Studeerde landschapsarchitectuur
in Gent en bouwkunde, met afstudeerrichting stedenbouw in Delft.
“Ik woon inmiddels langer in Nederland dan in mijn
geboorteland”.
Hoe word je stadsbouwmeester in Hilversum?
“Gewoon, gesolliciteerd. Had een jaar eerder gehoord dat
Hilversum op zoek ging naar een stadsbouwmeester. Dacht meteen: dat
zou ik nu echt graag willen. Een soort onderbuikgevoel”.
Kende je Hilversum?
“In mijn opleiding heb ik natuurlijk kennis gemaakt met de werken van Dudok en Duiker in Hilversum. Als je regelmatig naar de radio luistert, kan je niet om Hilversum heen. Hilversum heeft 85.000 inwoners, het is te behappen, het is geen megastad waarbij je je afvraagt waar je moet beginnen, maar het is ook geen dorpke. Het erfgoed van Dudok en de wijze waarop hij met het omringende landschap omging, de snelle ontwikkelingen in mediastad, de
ligging in de schaduw van Amsterdam, daar zit een grote
uitdaging”.
Wat wordt er van je verwacht?
“Dat ik het college van b. en w. adviseer bij beslissingen over architectuur, stedenbouw en landschap. Ik moet er voor waken dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft, maar er ook voor zorgen dat all
e partijen op één lijn komen teneinde processen te versnellen ”.
Waarom?
“Omdat het over leefkwaliteit gaat. In een aangename omgeving
woon, winkel, werk en recreëer je prettiger. Dudok heeft hiervoor
al een stevig fundament gelegd. Dus dat zit al goed.
Stadsuitbreidingen, zoals die toen plaatsvonden, zijn nu niet meer
aan de orde. Ik ben ook geen Dudok, hij was een architect die
bouwde. Ook al bouw ik niet, een stad verandert steeds en is nooit
klaar. Dit vraagt om ruimtelijke visies die inspelen op het
denken en leven van het moment en de toekomst. In Hilversum
betekent dit dat ingezet dient te worden op een sterke samenhang.
Qua architectuur kent Hilversum heel veel schoonheden, ze liggen
echter vaak verstopt. Normaliter staat een raadhuis aan de markt,
hier ligt het buiten het centrum. De Vorstin, een bijzonder gebouw,
verwacht je niet op die plek. De uitdaging zal hem zitten in het
zoeken naar uitnodigende routes waarop al deze architectuur als
verrassingen te voorschijn komt. Een stadsarchitect kan daarin een
degelijke helpende hand bieden”.
Zijn er dan wel potenties?
“Tuurlijk. Maar ik kan het niet alleen. Het lukt alleen samen
met de bezieling van ambtenaren, politici en inwoners. Ik wil
daarbij een drijfveer zijn. We dromen allemaal over een mooie stad.
Het is mijn taak om er voor te zorgen samen die droom te
overtreffen. Toegegeven, dat zal niet altijd gemakkelijk zijn, want
je hebt met veel spelers te maken. Het collectief kan denken een
leuk idee te hebben, maar het individu mag daarover ook wat zeggen.
Ik heb begrepen dat hier veel mondige burgers wonen en daar wil ik
mijn voordeel mee doen”.
Hilversum heeft niet veel grote uitbreidingsplannen. Ook de fysieke ruimte is toch beperkt?
“Anna’s Hoeve en Monnikenberg staan op de planning. Ze
worden ontwikkeld aan de rand van het groen. ‘t Spreekt mij
aan. Bouwen in het groen is niet fout maar vraagt wel een secure
benadering.
Op dit moment pakken donkere wolken zich boven ons samen. We zitten
in een recessie en dat vertraagt het tempo. Daarvan kunnen we
profiteren door nog intenser na te denken over elke stap die we
binnen deze plannen kunnen maken”.
Je werkt in een organisatie, die stevig moet bezuinigen. Cultuur staat onder druk.
“Cultuur is vaak het eerste slachtoffer in een recessie. Soms
moet er gereshuffeld worden en dan vallen er slachtoffers. Dat is
voor de mensen in kwestie heftig. Heb ik ook ervaring mee bij mijn
eigen bureau, maar af en toe moet je weer pas op de plaats maken.
Cultuur en daarmee ook architectuur is de weerspiegeling van de
maatschappij en politiek van dit moment. Je schrijft nu de
geschiedenis voor later, daar moet je niet teveel op korten”.
Hoe zie je vanuit jouw rol de toekomst van Hilversum?
“Wat we hier nodig hebben, is een sterke visie op de ruimtelijke
samenhang. Een visie die iedereen draagt en die ertoe bijdraagt dat
Hilversum meer is dan de som der delen. Als de wil er is, komen we
al een heel eind. Ik hoop dat ik hiervoor een solide basis kan
aanbieden waarop we in alle vrijheid kunnen verder bouwen”.